Wat betekenen de woorden: biologische, biodynamische, natuur, orange, vegan wijnen?

Vaak krijgen wij de vraag wat nou het verschil is tussen biologisch en biodynamisch. En wat is een natuurwijn? Woorden en termen waar we de laatste jaren veel mee te maken krijgen, niet alleen op wijngebied. De vraag naar biologische wijnen is toegenomen, maar belangrijker nog is dat ook alle wijnboeren te maken hebben gekregen met het verantwoord omgaan met de natuur om hen heen.

Ver voordat het mode werd om biologische wijnen te drinken begonnen wij – zo’n 40 jaar geleden – met het zelf importeren van wijn uit de landen om ons heen. Wij wilden en dat willen wij nog steeds: dat de wijn het verhaal vertelt over de druif en het gebied waar deze (inheemse) druif vandaan komt. En dat kan natuurlijk alleen als de druif en de grond kunnen leven! Dus zo min mogelijk pesticiden en insecticiden, schone wijnkelders, druifeigen gisten, en zeker geen toevoegingen van aroma’s. Tegenwoordig zijn we ons er veel meer van bewust dat we goed om moeten gaan met de natuur en we hebben daarvoor verschillende methodes om dit aan te tonen. Hieronder zetten we een aantal van deze (hippe) benamingen op de rijtje:

Biologisch:
Om maar meteen kritisch te beginnen; biologische wijn bestaat niet. Wel hebben we het (sinds 2012 officieel) over biologische wijnbouw en wijnbereiding: het biologisch werken met wijn van wijngaard tot de fles. De wijnboer werkt schoner, duurzamer en met meer respect voor de natuur. Dit biologisch werken brengt natuurlijk veel onduidelijkheden; sommige wijnboeren nemen de regels ruimer, anderen juist veel strikter. Ook zijn er heel veel verschillende BiO-keurmerken, waardoor je soms door de bomen het bos niet kunt zien. Bijna al onze wijnboeren werken biologisch, met of zonder keurmerk. Waar het ons om gaat is dat de wijn puur is, en ook zo gemaakt wordt, want dat komt de kwaliteit ten goede. Ook grote wijngebieden als Bordeaux en Champagne nemen hun verantwoordelijkheid hierin: biologisch werken met respect voor de natuur, is een eerste heel belangrijke stap. Maximale toevoeging sulfiet volgens de richtlijnen: 100-150 mg / liter.

Een klein zijstapje betreft sulfiet. Sulfiet, eigenlijk zwaveldioxide, is een conserveringsmiddel en zit van nature op de schil van de druif. Om wijn langer houdbaar en minder kwetsbaar te maken (zoals het beschermen tegen transport) kan extra sulfiet worden toegevoegd.

Biodynamisch:
Biodynamisch, eigenlijk biologisch-dynamisch, is strenger dan biologisch. De wijnboeren leggen zichzelf dus regels op die veel strikter zijn. Een biodynamisch gecertificeerd bedrijf werkt dus óók biologisch. Het is niet makkelijk om de biodynamische methode heel kort en bondig samen te vatten; maar het belangrijkste verschil met de biologische methode is: de stand van de maan en de sterren. De wijngaard en de aarde zijn kleine onderdelen van een groot geheel. De balans vinden in al deze krachten is de sleutel. Dat betekent bijvoorbeeld ook; biodiversiteit. Niet alleen vele hectaren wijngaarden naast elkaar hebben, maar zorgen dat er ook bloemen, planten, dieren, die zorgen voor de balans. Een voorbeeld hiervan is Balestri Valda in het Soave Classico gebied: voor Laura was het biologische keurmerk alleen niet genoeg. Ze wilde dat de regels strikter waren en vindt biodiversiteit essentieel. Hun landgoed staat naast wijngaarden vol met bloeiende bomen, planten, en ze houden om deze reden ook vele kasten met bijen. Een heel eco systeem wat zichzelf in stand houdt. Een gezonde omgeving heeft ook minder begeleiding nodig en geeft meer karakter en expressie aan de wijn. Een ander voorbeeld is Domaine du Nozay; zij werken al decennia lang biologisch en zijn officieel biodynamisch sinds 2011. Dit is te zien aan keurmerk Demeter (dit biodynamische keurmerk kun je aanvragen als je minstens 3 jaar lang volgens de strikte regels van dit keurmerk werkt). Maximale toevoeging sulfiet volgens de richtlijnen: 70-90 mg / liter.

Natuurwijn:
Wat is een natuurwijn, eigenlijk Vin Nature, dan? Dat is een heel andere discussie. Natuurwijnen verwijzen naar de manier waarop de wijn in de wijnkelder gemaakt wordt. Daarbij is biologische wijnbouw wel een eerste vereiste. Verder mogen er geen additieve stoffen worden toegevoegd, daarbij is sulfiet de enige uitzondering. Maximale toevoeging sulfiet volgens de (officieuze) richtlijnen: 30-40 mg / liter. Officiële keurmerken voor natuurwijnen bestaan helaas nog niet, wat de discussie hierover verder aanwakkert. Wij vinden de schone natuurwijnen heel mooi; een erg goed voorbeeld is de Zweigelt van Claus Preisinger. Hij werkt extreem netjes en met discipline en maakt een zuivere natuurwijn, die wij als wijnliefhebbers erg kunnen waarderen. Extreme ‘next level‘ natuurwijnen – die soms zelfs kunnen smaken naar mousserende witte perensap – zijn wat ons betreft niet goed. Het vertelt geen verhaal meer over de inheemse druif en het wijngebied, maar is een fout in het wijnmaak proces.

Orange Wine:
Oranje wijn, ofwel Orange Wine, heeft niks te maken met biologische wijnbouw (al is het wel vaak biologisch of biodynamisch), maar met het wijnmaak proces. De oude Grieken maakten al oranje wijn! De witte druiven worden, eigenlijk als een rode wijn, met schillen en stelen gefermenteerd. De schillen en steeltjes geven tannine (ook de eigen sulfiet) en structuur aan de wijn, maar dus ook kleur (van lichtgeel, tot roze en oranje)!

Vegan Wine:
Aan het eind van het wijnmaak proces wordt de wijn vaak geklaard. Dat betekent dat kleine vaste deeltjes in de wijn worden verwijderd. Traditioneel werden hiervoor vislijm of dierlijke eitwitten gebruikt, maar tegenwoordig zijn hier modernere technieken voor. Bij biologische en biodynamische wijnbouw mogen de traditionele methoden in principe niet gebruikt worden, deze zijn dus altijd vegan in die zin.